|
 |
|
|
|
|
 |
 |
Lexicon A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Baanvak Gedeelte, stuk van een geheel (bijvoorbeeld: het baanvak van een lijn). Ballast Grind van hardsteen dat zo gelijkmatig mogelijk het gewicht van de voertuigen verdeelt over de spoorbedding, de trillingen van de doortocht van treinen dempt, de afvoer van het regenwater bevordert en het spoor optimaal ondersteunt. Bedding Aanwezige grond in ingraving of aangevoerde grond in ophoging, vóór het aanbrengen van de onderfundering en de ballastlaag. Bekisting Een bekisting is een voorlopige structuur die vorm geeft aan een materie tot ze bindt en vervolgens hard wordt. Via deze techniek kan men betonnen constructies maken met zeer precieze afmetingen. Bekisting is nodig omdat vers beton eigenlijk een brij is die door zijn eigen gewicht zou inzakken. Daarom is een gietvorm nodig om het vorm te geven en het op zijn plaats te houden tot het zelfdragend wordt. Berm Zeer steile aangelegde helling. Afgegraven berm: langs een lager gelegen spoorweg. Opgehoogd berm: gevormd met aangevoerde aarde en bovengronds. Beschoeide sleuven Uitgraven van terrein om een fundering te plaatsen. Het beschoeien van sleuven en bouwputten dient om de wanden van de uitgegraven put te ondersteunen en aldus instortingen of verzakkingen te vermijden. Het materiaal van de beschoeiing varieert volgens de aard van het terrein, maar bestaat hoofdzakelijk uit beton. Bovenleidingen Op palen opgehangen kabels onder spanning, zowel mechanisch als elektrisch, die zorgen voor de energievoorziening van de treinen. Brugdek Platform dat de "vloer" van een brug vormt. De uiteinden van dit brugonderdeel rusten op de landhoofden. Driehoek van Etterbeek Dit driehoekig spoorbaanvak bevindt zich tussen de gemeenten Etterbeek, Watermaal en Oudergem. Hier lopen verschillende spoorlijnen, waaronder twee die elkaar kruisen via een kruisingsbrug, met name lijnen 161 (Brussel-Namen) en 26 (Halle-Vilvoorde). Dwarsligger Dwarsliggers zijn houten of betonen dragers die enerzijds de spoorstaven op een vaste tussenafstand houden, en anderzijds het gewicht verdelen op de ballast.  ERTMS (European Rail Traffic Management System) Europees systeem voor spoorwegbeheer, ontstaan uit de samenvoeging van de systemen ETCS (seininrichtingssysteem) en GSM-R (communicatiesysteem). Dit zal geleidelijk aan de bestaande verkeerscontrolesystemen in de verschillende landen vervangen. ETCS (European Train Control System) Europees systeem voor de volledige beveiliging van het treinverkeer en de stuurpostsignalering. ETCS stuurt gestandaardiseerde informatie naar de bestuurder zodat die optimaal kan rijden en voert een volledige en permanente controle uit op de snelheid. Als de maximaal toegelaten snelheid op een welbepaalde plaats wordt overschreden, lokt het systeem automatisch een noodremming uit. Fly-over Brug of viaduct dat het ene spoor over het andere leidt zonder dat beide sporen elkaar hinderen. Geluidsmuur Dit is een geluidswerend scherm. Deze oplossing bestaat erin een obstakel te plaatsen tussen de geluidsbron en de ontvanger (omwonende, school, handelszaak). Dankzij deze weerkaatsende schermen kan de geluidshinder aanzienlijk worden beperkt. Beton is een uitstekende geluidsisolator. GEN (Gewestelijk ExpresNet) Toekomstig netwerk van spoorverbindingen die nauw met elkaar zijn verbonden en – samen met de buslijnen – bedoeld zijn om de verwachte toename van het verkeer in een straal van 30 km rond Brussel op te vangen. Goederencorridor Reisweg, die door de infrastructuurbeheerders in gezamenlijk overleg werd opgesteld, voor doorlopend grensoverschrijdend verkeer van goederentreinen over een internationale as. Gril of rooster Geheel van spoortoestellen (bv. wissels) aan de inrit en uitrit van een station, dat door seinen is beveiligd. Groene muur Deze muur is bedekt met vegetatie. De muur wordt vaak gevormd door opeengestapelde geprefabriceerde elementen, die vervolgens met aarde worden gevuld zodat er beplanting kan op groeien. Hij is dus beplantbaar, antigraffiti en kan dienen als steunmuur. Door zijn grote omvang is deze muur bovendien ook zeer sterk geluidsisolerend. GSM-R (GSM for Railways) Digitaal communicatienetwerk specifiek voor de spoorwegen (spraak en gegevens). GSM-R is een Europese norm die borg staat voor de interoperabiliteit tussen de verschillende spoorwegoperatoren en –netten. Heien van palen Deze operatie bestaat erin een diepe fundering (in staal, beton of gewapend beton) - ook heipaal genoemd - in de grond te drijven door dynamische schokken of vibratie met behulp van een heimachine. Op die manier kan een bouwwerk op stevige ondergrond steunen wanneer de weerstand van de bovenste bodemlagen onvoldoende is. HSL (Hogesnelheidslijn) Hydraulische koker Opening voor het doorlaten van water in een hydraulisch kunstwerk (opent bij contact met water). Ingebruikname Start van het commercieel gebruik van een lijn of specifieke technische uitrusting (vb. kunstwerk…) in het kader van de exploitatie van de treindienst. Intermodaliteit Opeenvolgend gebruik van meerdere en verschillende vervoersmodi (lucht-weg-spoor-water).  Krokodil Toestel dat in het midden van een spoor vóór een sein is geplaatst en via een elektronische inpuls een herinnering van het seinbeeld naar de bestuurder stuurt. Kruisingsbrug Spoorwegbrug waarover een of meer spoorlijnen lopen en waaronder ook een of meer andere spoorlijnen lopen. In spoorwegjargon noemen we de kruisingsbrug een ‘PX’. Kunstwerk Constructie die noodzakelijk is geworden door de aanleg van een spoorlijn en waardoor die andere verkeerswegen kan kruisen of de onregelmatigheden in het landschap kan overbruggen. We onderscheiden hoofdzakelijk bruggen, tunnels, viaducten, enz. Landhoofd Onderdeel van een brug. Het gedeelte aan elk uiteinde van de brug waarop de brugboog of het brugdek rust. Landschapswal Steunmuur die volledig bedekt is met aarde en dus ook begroeid. LGS (Langgelaste spoorstaven) Type van rail dat niet lijdt onder de lengteveranderingen (gevolg van temperatuurwijzigingen). Een spoor in langgelaste spoorstaven bevat geen lasnaden meer tussen de spoorstaven en biedt aanzienlijke voordelen zowel voor het rijcomfort (dankzij het verdwijnen van het typische "geklop" van de wielen), als voor de onderhoudskosten. De rails worden eerst in de werkplaats tot een lengte van 300 m aan elkaar gelast. Op het terrein worden die nog eens tot langere lengtes aan elkaar gelast. Lijn Spooras die uit 1 of meer sporen bestaat. Nieuwe hogesnelheidslijn Spoorlijn die is aangelegd naast het bestaande netwerk en waarvan het tracé en de uitrusting toelaten om aan hoge snelheid te rijden. Onderbrugging Spoorwegkunstwerk (vaak een tunnel) dat onder de elementen van het landschap doorloopt (water, wegen, velden, ...). Op vier sporen brengen Toevoegen van een of meer sporen om de capaciteit van een spoorlijn te verhogen. Het viersporig maken gebeurt bijvoorbeeld met het oog op de invoering van het GEN (Gewestelijk Express Net). Overbrugging Spoorwegkunstwerk (vaak een brug) dat over de elementen van het landschap loopt (water, wegen, velden, ...). Overdekte sleuf Ingegraven kunstwerk voor spoorverkeer, gebouwd vanuit een open uitgraving, uitgerust met een dak dat het heeraangelegde of in de vroegere staat herstelde terrein ondersteunt.  Pandrolklem Systeem die de spoorstaven op de dwarsliggers vastklemt, en vervaardigd is uit warm geplooid staal volgens een speciaal bestudeerd profiel. De bevestigingen vangen de belastingen op die worden uitgeoefend op de spoorstaven en geleiden ze via de dwarsliggers naar de rest van de structuur. PIDAAS (Passengers Information Display and Audio Announcement System) Systeem voor het beheer van de aankondigingborden en de geluidsinstallatie in de stations. Hiermee kunnen automatische aankondigingen in real time worden verspreid over het ganse Belgische spoorwegnet. PPS (Publiek Private Samenwerking) Contractuele financiering van een investering waarbij een overheidsinstantie een beroep doet op een privédienstverlener om over een lange periode (van 25 tot 30 jaar) een openbare infrastructuur te ontwerpen, te bouwen en te onderhouden. In ruil daarvoor wordt de privépartner betaald in de vorm van huur, gespreid over de duur van het contract. Rangeerstation Station waar goederentreinen toekomen uit verschillende richtingen en waar de wagons worden gerangeerd voor het samenstellen van nieuwe rechtstreekse goederentreinen. Rijpad Infrastructuurcapaciteit die is toegekend voor het rijden van een trein tussen twee punten van een spoorwegnet gedurende een bepaalde periode (equivalent van een slot in de luchtvaart). Seinhuis Seinpost die zorgt voor het beheer van veilig treinverkeer in een bepaalde zone door het bedienen van de wissels en de seinen in die zone. Spoorbedding Aangeaarde en eventueel verhoogde ondergrond waarop de spoorbaan zich bevindt. Spoorbreedte Afstand tussen de spoorstaven, gemeten tussen de binnenvlakken van de spoorstaafkoppen. In België, net als in de meeste Europese landen, bedraagt de spoorbreedte 1435 mm. Spoorweginfrastructuur Geheel van vaste installaties die nodig zijn voor het spoorverkeer en de veiligheid ervan: beddingen, sporen, bovenleidingen, onderstations, seininrichting, perrons, kunstwerken ... Spoorstroomkring Elektrische kring in het spoor die de aanwezigheid van een trein detecteert binnen een spoorgedeelte én dat doorgeeft aan de veiligheidssystemen in het spoor en in het seinhuis. Spoortoestel Toestel waardoor treinen van spoor kunnen veranderen: wissels, kruisingen… Spoorweginteroperabiliteit Geschiktheid van een spoorwegsysteem om veilig en ononderbroken treinverkeer mogelijk te maken (zo kan er bijv. een trein uit Duitsland op het Belgisch netwerk rijden en een trien uit België op het Duits netwerk).  Sporenbundel Geheel van parallelsporen die door wissels aan de uiteinden verbonden zijn met een lijn. Stedenbouwkundig attest Dit attest bevat specifieke stedenbouwkundige informatie met betrekking tot de haalbaarheid van een welbepaald project. Stedenbouwkundige vergunning Administratief document dat de toelating verleent om een infrastructuurproject te bouwen of te realiseren op een welbepaalde plaats. Zelfs wanneer een terrein het statuut heeft van bouwgrond (vastgesteld in het stedenbouwkundig attest), moet er voor de meeste bouwprojecten en werken een voorafgaande vergunning worden verkregen, d.w.z. een stedenbouwkundige vergunning die Infrabel aanvraagt bij de Gewesten. Steunmuur of keermuur Werk van burgerlijke bouwkunde dat dient om een opgehoogd spoor of ingegraven spoor te ondersteunen, en zo minder plaats dan een talud in te nemen. Stroomafnemer Onderdeel van een vrachtvoertuig dat via een koolstofsleepelement de elektrische energie afneemt van de bovenleiding. TBL (Transmissie Baken Locomotief) Systeem van automatische controle van het treinverkeer. Dit is gebaseerd op het principe van de transmissie van een gecodeerd signaal tussen een baken in het spoor en een antenne onderaan de locomotief. Tracé Het traject dat door een of meer lijnen wordt gevolgd. Tractie-onderstation Transformator- en verdeelpost van elektrische stroom die noodzakelijk is voor de voeding, via de bovenleiding, van een bepaald geëlektrificeerd lijnvak. Treinstel Een geheel van treinwagens die onderling gekoppeld zijn. Tussenspoor Ruimte tussen twee parallelle sporen. Traffic Control Controlecentrum voor de coördinatie en regeling van het treinverkeer op een net of een deel ervan. Vertakking Plaats waar twee of meer lijnen samenkomen of waar een lijn naar twee of meer richtingen wordt uitgesplitst. Vracht of Cargo Goederen die het voorwerp vormen van een transport.
|
 |
|
 |
|
|
|