f
j
q
u
x
y
  • Aankomst- en vertrekbundel

    Geheel van sporen waar de goederentreinen uit het binnenland of uit het buitenland bij aankomst of voor vertrek worden verzameld.

  • Aansluitspoor

    Deel van de spoorweg dat rechtstreeks aansluit op de bedrijfsterreinen.

  • Achterhaven

    Zone in de haven die niet direct aan de zee ligt. Ook wel binnenhaven genoemd.

  • Baanvak

    Gedeelte spoor tussen twee locaties (bijvoorbeeld tussen twee stations).

  • Bedding

    Zone waarin de spoorinfrastructuur zicht bevindt en waarop de treinen rijden.

  • Boogbrug

    Brug die op een of meer bogen rust.

  • Bovenleiding

    Stroomkabel boven de sporen. De treinen krijgen elektriciteit om te rijden door contact met deze stroomkabel.

  • BRIO

    Belgian Railway Infrastructure Objectives. Dit is het strategische plan van Infrabel waarin de belangrijkste doelstellingen van de onderneming zijn opgenomen.

  • Brugdek

    Onderdeel van een brug waarover het verkeer rijdt.

  • Brugdek

    Een plaat die de voer van de brug vormt. Dit onderdeel van de brug wordt aan de uiteinden ondersteund door de landhoofden.

  • Bundel

    Geheel van sporen waar treinen worden verzameld.

  • Bypass

    Aansluiting.

  • Capaciteit

    Infrastructuurcapaciteit die is toegekend voor het rijden van een trein tussen twee punten van een spoorwegnet gedurende een bepaalde periode (vergelijkbaar met een 'slot' in de luchtvaart).

  • Creosoteringswerkplaats

    Werkplaats waar houten spoorelementen worden behandeld met creosoot of teerolie. Zo is het hout beschermd tegen  invloeden van buitenaf.

  • Diabolo

    nog veel meer

  • DVIS

    Dienst voor veiligheid en interoperabiliteit van de Spoorwegen. Belgische veiligheidsinstantie.

  • Dwarsliggers

    Houten of betonnen balken waarop de spoorstaven steunen.

  • EBITDA

    Earnings before interest, taxes, depreciation and amortization. Winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en herwaarderingen. Financiële term om de prestaties van een onderneming uit te drukken. 

  • EBT

    Earnings before taxes. Winst voor belastingen. Financiële term om de prestaties van een ondernemingen uit te drukken.

  • ETCS

    European Train Control System. Europees treincontrolesysteem waarbij treinen automatisch tot stilstand kunnen worden gebracht bij overschrijding van een rood sein of van de maximaal toegelaten snelheid.

  • Geëlektrificeerde sporen

    Sporen die voorzien zijn van een stroomkabel. Zo kunnen de treinen er op electriciteit rijden.

  • Geluidsabsorberende cassettes

    Schermen die langs de sporen worden geplaatst om het geluid te absorberen. Zo kan de geluidshinder voor omwonenden beperkt worden.

  • Geluidsberm

    Berm langs het spoor dat de geluidshinder van de treinen dempt.

  • Geluidsmuren

    Muren die langs de sporen worden geplaatst om het geluid te absorberen. Zo kan de geluidshinder voor omwonenden beperkt worden.

  • Geluidsscherm

    Schermen die langs de sporen worden geplaatst om het geluid te absorberen. Zo kan de geluidshinder voor omwonenden beperkt worden.

  • Geluidsschermen

    Schermen die langs de sporen worden geplaatst om het geluid te absorberen. Zo kan de geluidshinder voor omwonenden beperkt worden.

  • Gerangeerd

    Het verplaatsen van treinen of rijtuigen op een bepaald spoorwegterrein. Bijvoorbeeld: omkeren van een locomotief, samenstellen van treinen, bijplaatsen van rijtuigen, enz.

  • Goederenas

    Strategische spoorlijn voor het goederenverkeer.

  • Goederencorridor

    Internationale spoorlijn voor het goederenverkeer.

  • Groene wanden

    Muur langs de sporen die bedekt is met planten. De muur is meestal opgebouwd uit betonnen elementen die met aarde zijn gevuld zodat de beplanting erop kan groeien.

  • GSM-R

    Digitaal communicatienetwerk dat uitsluitend voorbehouden is voor de spoorwegen.

  • Houtdoordrenking

    Behandeling van hout met een chemisch product zodat de levensduur verlengd wordt.

  • Houtvezelbeton

    Betonsoort waarin houtvezels zijn verwerkt. Deze betonsoort heeft geluidsabsorberende eigenschappen.

  • Impactstudie

    Studie die de impact en de gevolgen van een spoorproject op de leefomgeving in kaart brengt.

  • Infrastructuurvergoeding

    Som die spoorwegoperatoren betalen aan Infrabel voor het gebruik van de spoorinfrastructuur.

  • Ingelaste wissels

    Wissels die vastgelast zijn aan de sporen waarop ze aansluiten zodat er geen naden zijn.

  • Kiss & Ride

    Kortparkeervoorziening bij een station of stopplaats.

  • Kunstwerk

    Bouwkundige term. Bouwwerk dat door mensenhanden is gemaakt en niet bestemd is voor bewoning. Bijvoorbeeld: brug, viaduct, sluis, tunnel, enz.

  • Landhoofd

    Basisonderdeel van een brug. Het deel aan ieder uiteinde van de brug waarop het bruggendek of de boog van de brug komt te liggen.

  • Langgelaste rails

    Spoorstaven die tot een lengte van 300 meter aan elkaar gelast zijn. Langgelaste spoorstaven bevatten geen naden en bieden dus een hoger rijcomfort voor de treinen en minder geluidshinder.

  • Langsparkeren

    Parkeren evenwijdig met de rijbaan.

  • Langsweg

    Openbare weg langs het spoor.

  • Liberalisering van de spoorwegsector

    Vrijmaking van de markt voor spoorwegverkeer. Meerdere bedrijven zullen treinverkeer mogen organiseren in België. Zo zal concurrentie mogelijk worden.

  • Liefkenshoekspoorverbinding

    Rechtstreekse spoorverbinding tussen de linker- en rechteroever van de Schelde in de haven van Antwerpen. Deze spoorverbinding bestaat voor een stuk uit een tunnel en is momenteel nog in aanbouw.

  • Logistiek centrum infrastructuur (LCI)

    Centrum dat het personeel en het materieel groepeert die nodig zijn voor het onderhoud en de eventuele herstelling van de infrastructuur in een welbepaalde zone.

  • Material split

    Boekhoudkundige term.

  • MER-deskundigen

    Personen die gespecialiseerd zijn in het uitvoeren van milieueffectenstudies.

  • Milieueffectenrapport

    Rapport dat de impact en de gevolgen van een spoorproject op de leefomgeving in kaart brengt.

  • Milieueffectenstudie

    Studie die de impact en de gevolgen van een spoorproject op de leefomgeving in kaart brengt.

  • Multifunctionele parking

    Parking dat voor verschillende doeleinden kan worden gebruikt

  • Noord-zuidverbinding

    Verbinding tussen het Brusselse Noord- en Zuidstation.

  • Noppenstructuur

    Oppervlakte met reliëfpatroon, voelbaar wanneer je erover wandelt. Deze oppervlaktes worden gebruikt om blinden en slechtzienden te waarschuwen voor de aanwezigheid van een mogelijk gevaar (bijvoorbeeld de perronboorden in een station)

  • Onbewaakte stopplaatsen

    Station waar geen loketten of spoorwegpersoneel aanwezig is.

  • Onderdoorgang

    Ondergrondse gang onder de sporen waar reizigers de sporen veilig kunnen kruisen.

  • Onderstation

    Elektrische installatie in het hoogspanningsnet.

  • Overdekte sleuf

    Bouwwerk waarbij de sporen worden overdekt met een plaat.

  • Overweg

    Plaats waar de openbare weg een spoorlijn kruist.

  • Pijler

    Pilaren, steunzuilen waarop bijvoorbeeld een brug rust.

  • Plaatsbeschrijving

    Vaststelling van de feitelijke staat van een woning.

  • Project-MER

    Bepaald soort milieueffectenrapport dat wordt opgemaakt bij projecten waarvoor een milieuvergunning of stedenbouwkundige vergunning nodig is.

  • Raildempers

    Middel om de geluidshinder van voorbijrijdende treinen te beperken. Geluidsdempers worden aan de sporen bevestigd zodat deze minder trillen bij de doorrit van een trein.

  • Rangeerbewegingen

    Het verplaatsen van treinen of rijtuigen op een bepaald spoorwegterrein. Bijvoorbeeld: omkeren van een locomotief, samenstellen van treinen, bijplaatsen van rijtuigen, enz.

  • Rijpaden

    Capaciteit van het spoorwegnet dat is toegekend aan een bepaalde trein, vergelijkbaar met een "slot" in de luchtvaart.

  • Schuilhuisjes

    Plaats op de perrons van een station of stopplaats waar reizigers kunnen schuilen voor.

  • Seinen

    Een sein is opgesteld langs de sporen en geeft een bepaalde opdracht aan de treinbestuurder. Er bestaan lichtseinen (vergelijkbaar met verkeerslichten), maar ook seinborden die de toegelaten snelheid weergeven.

  • Seinhuis

    Controlecentrum van waaruit het treinverkeer wordt gecoördineerd. In de seinhuizen worden de seinen en de wissels in een bepaalde regio op het spoorwegnet bediend. Zo kunnen treinen veilig en vlot hun bestemming bereiken.

  • Seininrichting

    Technologie die de nodige instructies bezorgt aan de treinbestuurders zodat de trein veilig kan rijden. De lichtseinen of seinborden langs het spoor maken deel uit van de seininrichting.

  • Seinposten

    Controlecentrum van waaruit het treinverkeer wordt gecoördineerd. In de seinhuizen worden de seinen en de wissels in een bepaalde regio op het spoorwegnet bediend. Zo kunnen treinen veilig en vlot hun bestemming bereiken.

  • Sleuf

    Zone waar het spoor in uitgraving ligt en niet overdekt is.

  • Spoorinfrastructuur

    Infrastructuur die nodig is om treinen te laten rijden: sporen, bovenleiding, dwarsliggers, seinen enz.

  • Spooruitrustingswerken

    Werken aan de uitrusting die nodig is om treinen te laten rijden: sporen, bovenleiding, dwarsliggers, seinen, enz.

  • Spoorverbinding

    Verbinding per spoor tussen twee plaatsen.

  • Spoorwegoperatoren

    Ondernemingen die het treinverkeer organiseren op het spoorwegnet.

  • Spoorwegplatform

    Spoorwegbedding. Ruimte waarin de spoorinfrastructuur zich bevindt.

  • Sporenbundels

    Geheel van sporen waar treinen worden verzameld.

  • Standaardmassa

    Standaardgewicht

  • Stedenbouwkundige vergunning

    Vergunning die nodig is voor de bouw van infrastructuur.

  • Stopplaatsen

    Plaats waar de trein stopt om reizigers te laten in- en uitstappen.

  • Terminal

    Logistiek platform dat de hergroepering, triëring en het transport van goederen toestaat.

  • Toegangsschacht

    Koker die toegang geeft tot een diepergelegen plaats.

  • Tonkilometer

    Eén tonkilometer is het vervoer van 1 ton over 1 kilometer.

  • Traffic Control

    Nationaal controlecentrum voor de coördinatie van het treinverkeer.

  • Trogbrug

    Brug met U-vormige doorsnede.

  • Verbindingsbocht

    Bocht die een spoorlijn met een andere spoorlijn of een station verbindt.

  • Verbindingsbocht

    Bocht die een spoorlijn met een andere spoorlijn of een station verbindt.

  • Vertakking

    Plaats op het spoorwegnet waar het spoor zich opsplitst in verschillende richtingen.

  • Voorhaven

    Zone in de haven die direct aan zee ligt.

  • Vormingsbundel

    Geheel van sporen waar goederencontainers worden samengesteld tot volledige goederentreinen. De wagons worden er gesorteerd en aan de juiste trein gekoppeld. Zo geraken de containers op de juiste bestemming.

  • Vormingsstation

    Station waar goederencontainers worden samengesteld tot volledige goederentreinen. De wagons worden er gesorteerd en aan de juiste trein gekoppeld. Zo geraken de containers op de juiste bestemming.

  • Werkplaatsen

    Plaats waar de spoorinfrastructuur wordt vervaardigd, hersteld en onderhouden.

  • Wissels

    Spoorelement dat, naargelang de stand ervan, de treinen van het ene spoor naar het andere loodst. 

  • Zeebrugge-vorming

    Belangrijk vormingsstation in de haven van Zeebrugge. In dit station worden goederencontainers samengesteld tot volledige goederentreinen zodat ze op de juiste bestemming geraken. 

  • Top