Het treinverkeer regelen

Dagelijks rijden er duizenden treinen op onze sporen. Zo rijden er bijvoorbeeld tussen Brussel-Noord en Brussel-Zuid 1100 treinen per dag. Een performante en efficiënte manier om het treinverkeer in alle veiligheid te regelen is dus absoluut noodzakelijk.

1. Hoe wordt het treinverkeer geregeld?

De drie belangrijkste elementen in de regeling van het treinverkeer zijn:

  • De lichtseinen en borden langs het spoor die de treinbestuurder moet respecteren
  • De seinposten, die de seinen en de wissels bedienen en zo voor elke trein een veilige reisweg aanleggen
  • Traffic Control, die het treinverkeer aanstuurt in geval van vertragingen, storingen, ongevallen en incidenten.

2. Het treinverkeer veilig aansturen

De seinposten regelen het treinverkeer op regionaal niveau

Ze stippelen het traject van de trein uit van punt A naar punt B, volgens de dienstregeling of na overleg met Traffic Control. Ze zetten de wissels in de juiste stand en bedienen de seinen, zodat de treinen naar het voorziene spoor worden geleid.

Bij ongevallen, gevaarlijke situaties of werken in het spoor nemen de seinposten maatregelen, zodat er geen treinen kunnen terecht komen op het spoor waar er werken zijn of het incident is gebeurd. Zo kunnen zij de veiligheid van reizigers en personeel op en rond de sporen verzekeren.

Hoogtechnologische verkeerssturing

Sinds enkele jaren loopt er een project om de seinposten te moderniseren. Het doel? De verkeersregeling nog veiliger en efficiënter maken door de kleine, manueel bediende seinposten te concentreren in enkele grote, ultramoderne seinposten.

Die nieuwe seinposten maken gebruik van de moderne EBP (Elektronische Bedieningspost)-technologie. Dat systeem stelt voor elke trein een reisweg voor die de operator kan aanvaarden of aanpassen. De operator hoeft dus veel gegevens niet langer manueel in te voeren. Zulke computerondersteunde beslissingsprocessen en zorgen voor een veiliger en efficiënter treinverkeer.

Deze systemen moeten onze mensen ondersteunen, maar niet overbodig maken. In bepaalde situaties zullen menselijke interventies immers altijd nodig blijven.

Traffic Control coördineert het treinverkeer op nationaal niveau

Ze sturen het treinverkeer bij in geval van vertragingen, storingen, ongevallen en incidenten en staan voortdurend in contact met de seinposten en de treinbestuurders.

Hoe wordt het treinverkeer geregeld bij een incident?

  1. Traffic Control neemt de coördinatie op zich. Na overleg met de seinpost bepalen zij welke trein eerst mag vertrekken, of de trein van spoor moet veranderen, of er een trein wordt afgeschaft enzovoort.
  2. Vervolgens zorgt de seinpost voor een aangepaste reisweg voor de betrokken treinen. Zij zetten de wissels in de juiste richting en regelen de seinen. Zo wordt de veiligheid van het treinverkeer gegarandeerd en kan er in principe nooit op hetzelfde spoor tegelijk een trein van rechts en van links komen.

Veiligheidscommunicatie

De veiligheidscommunicatie tussen seinposten, Traffic Control en treinbestuurders is cruciaal om het treinverkeer veilig te doen verlopen.

Bij deze communicatie wordt dan ook het NATO-alfabet gebruikt. Stel dat een treinbestuurder een probleem heeft en belt naar Traffic Control. Hij bevindt zich voor het sein N.16. Zonder het NATO-alfabet kan Traffic Control evengoed M.16 hebben verstaan, wat dan weer kan leiden tot onveilige situaties. Dankzij het NATO-alfabet zal de treinbestuurder melden dat hij voor het sein “November Eén Zes” staat, zo is er geen vergissing mogelijk.

ZOOM

NATO alfabet

3. De seinen en borden langs het spoor

De seinposten communiceren met de treinbestuurder via de seinen langs het spoor. Zo weet hij wanneer hij moet stoppen of mag doorrijden.

Dit zijn de belangrijkste seinlichten:

  • bij groen licht mag de trein doorrijden
  • bij rood licht moet de trein stoppen
  • een sein met twee gele lichten kondigt aan dat het volgende sein mogelijk op rood zal staan en dat de treinbestuurder dus moet vertragen.

ZOOM

dubbel geel sein

Er zijn nog andere combinaties van die lichten mogelijk die de treinbestuurders een bijkomende beperking opleggen.

Daarnaast staan er ook verschillende borden langs het spoor die de treinbestuurder bijkomende “vaste” aanwijzingen geven over zijn traject. Dit zijn bijvoorbeeld de snelheidsborden, die de toegelaten snelheid van de trein aangeven.

ZOOM

snelheidsbord

Stuurpostsignalisatie

Meer en meer wordt gebruik gemaakt van zogenaamde “stuurpostsignalisatie”. De treinbestuurder ontvangt dan alle relevante informatie op een display aan boord van de trein.

Meer informatie over deze systemen

Veilig van A naar B

In de omgeving van stations of rond wissels worden de seinen altijd aangestuurd door de seinposten. Maar op de plaatsen waar er geen stations of wissels zijn en de trein gewoon rechtdoor moet rijden, stuurt de beweging van de trein zelf de seinen aan.

Wat betekent dat concreet? Het volledige spoornet wordt in secties of zones verdeeld waarin slechts één trein kan rijden. Zodra de trein in beweging komt, bakent hij automatisch een zone af, waardoor de seinen voor andere treinen op rood zullen staan. Er kan dus geen enkele andere trein die zone binnenrijden.

Zo voorkomen we dat twee treinen die in dezelfde richting op eenzelfde spoor rijden, elkaar zouden inhalen en elkaar aanrijden.

Om te verhinderen dat twee treinen in tegenovergestelde richting op eenzelfde spoor rijden, wordt bovendien één van beide rijrichtingen versperd. De seinen worden in die rijrichting allemaal op rood gezet.

Ook een storing of defect mag natuurlijk nooit een onveilige situatie teweegbrengen. Als er iets niet goed functioneert aan een sein, zal het altijd automatisch op rood springen, zelfs als er geen andere trein in de buurt is. Tot we weten dat het sein terug perfect werkt, zal de treinbestuurder er enkel kunnen voorbijrijden na een formele toelating van het seinhuis.

Ontdek hoe de nieuwste seinposten het verkeer regelen, zoals het hypermoderne seinhuis van Brugge: