Hoe wordt de stiptheid gemeten?

Infrabel registreert alle vertagingen die voorkomen op het Belgische spoornet en wijst de oorzaken ervan toe. Maar hoe meten we de stiptheid? En hoe wordt dat alles berekend? 

Hoe wordt de stiptheid gemeten?

De stiptheid van het binnenlandse treinverkeer wordt gemeten in het eindstation en – indien de trein door de Brusselse Noord-Zuidverbinding rijdt – in het eerste station van die Noord-Zuidverbinding op zijn traject. De stiptheid van een trein vanuit Oostende richting Eupen wordt dus in Brussel-Zuid en in Eupen gemeten. Als de trein 6 minuten of meer vertraging heeft, wordt hij als niet-stipt beschouwd. Het algemene stiptheidscijfer vertegenwoordigt dus het percentage treinen die minder dan 6 minuten vertraging hadden in hun eindstation en – indien van toepassing – in het eerste station van de Noord-Zuidverbinding op hun traject.

Om nog dichter de realiteit van elke treinreiziger te benaderen, worden sinds 2008 twee bijkomende stiptheidscijfers voorzien:

  • Een cijfer dat rekening houdt met het aantal reizigers aan boord van de treinen: de vertraging van een volle trein in de spits weegt bijvoorbeeld zwaarder door dan die van een minder volle trein in de daluren.
  • Daarnaast wordt rekening gehouden met de stiptheid tijdens het volledige traject van de trein. Die stiptheidsmeting gebeurt op 95 strategische meetpunten op het net. Hierbij wordt ook de onderweg opgelopen vertraging in acht genomen, zelfs indien de trein erin slaagt om die vertraging nadien weg te werken en op tijd aan te komen op zijn bestemming. Zo wordt de trein vanuit Oostende richting Eupen ook gemeten in Brugge, Gent, Leuven…

Wat is neutralisatie?

Als overheidsbedrijf sluit Infrabel een beheerscontract af met de federale overheid. Dat bepaalt onder meer aan welke vereisten de meting van de stiptheidscijfers moet voldoen.

Volgens dit contract moet Infrabel, naast het algemene stiptheidscijfer, ook een stiptheidscijfer geven waarbij geen rekening wordt gehouden met vertragingen veroorzaakt door externe redenen (vandalisme, agressie, kabeldiefstallen…) en grote investeringswerken (zoals het GEN). Die vertragingen, die niet te wijten zijn aan Infrabel of spoorwegondernemingen, worden “geneutraliseerd”.

Het stiptheidscijfer “met neutralisatie” is niet bestemd om de waarnemingen van de reizigers weer te geven, maar is een hulpmiddel voor Infrabel en de operatoren om hun eigen balans op te maken.

Om een goed algemeen beeld te krijgen van de globale stiptheid, ongeacht de oorzaken, kan men dan dus best het stiptheidscijfer “zonder neutralisatie” bekijken.

Wie is verantwoordelijk?

Als onafhankelijk infrastructuurbeheerder en beheerder van het treinverkeer zorgt Infrabel voor een correcte toewijzing van de oorzaken van vertragingen. Hiervoor bestaan grosso modo drie hoofdcategorieën: Infrabel, een spoorwegonderneming of derden. Indien een partij het niet eens is met de toegewezen verantwoordelijkheid, wordt de daartoe opgerichte, neutrale bemiddelingsdienst van Infrabel ingeschakeld.

Infrabel inventariseert ook alle afgeschafte treinen (met andere woorden, de treinen die niet vertrokken zijn of die werden beperkt tot een gedeelte van hun traject) en de reden van hun afschaffing.

Alle gedetailleerde stiptheidscijfers en –statistieken worden maandelijks door Infrabel opgemaakt en ter beschikking gesteld van de spooroperatoren.

Bekijk hier het recentste stiptheidsrapport van Infrabel