FAQ veiligheid

Vaak gestelde vragen

Kan een groen sein meteen overspringen naar rood?

De signalisatie op het Belgisch spoornet berust op 2 elementen:

  1. de vaste seinen langs de sporen, bestaande uit borden die de maximaal toegelaten snelheid op een bepaald spoorgedeelte aangeven;
  2. de seinlichten, bestaande uit 2 gele, een groen en een rood licht
    • bij groen licht mag de trein doorrijden;
    • bij rood licht is het verboden om door te rijden;
    • een dubbel geel licht kondigt aan dat het volgende sein op rood zal staan;
    • daarnaast zijn er andere seincombinaties mogelijk die een bijkomende beperking opleggen aan de bestuurder

In normale omstandigheden zal de treinbestuurder wanneer hij rijdt eerst een geel sein zien dat hem waarschuwt dat het volgende licht op rood zal staan, zodat hij verplicht is zijn snelheid te minderen.

Toch kan een groen sein meteen overspringen naar rood:

  1. In normale omstandigheden wordt ervoor gezorgd dat zodra een trein voorbij een groen sein rijdt, dit sein op rood springt (om te verhinderen dat een andere trein voorbijrijdt).
  2. In een noodsituatie (ontsporing, persoon op het spoor enz.), kan het personeel in de seincabine het sein op rood zetten om een ongeval te vermijden (zonder dat de bestuurder hiervan werd gewaarschuwd).
  3. Bij een storing aan de stroomkringen of een elektriciteitspanne. In dat geval wordt het voorzorgsprincipe toegepast (d.w.z. het sein springt automatisch op rood om een botsing tussen twee treinen te voorkomen).
Hoeveel meter heeft een trein bij een noodstop nodig om tot stilstand te komen?

Door zijn snelheid en gewicht heeft een trein een lange remafstand. Zelfs bij een noodstop kan hij nog meer dan 1 km nodig hebben om volledig tot stilstand te komen.

Wat gebeurt er wanneer de treinbestuurder een flauwte krijgt?

De trein is uitgerust met een waakinrichting om te verzekeren dat de treinbestuurder op elk moment in staat is om te rijden. Dit systeem heet: “dodemanspedaal”.

Dit hulpmiddel voor de waakzaamheid dient om zeker te zijn dat de treinbestuurder steeds aanwezig is en bewust in zijn stuurpost zit: hij moet op regelmatige intervallen een pedaal indrukken, anders valt de trein automatisch stil. Dit systeem verhindert dus dat de trein “op hol slaat”, bijvoorbeeld ten gevolge van een flauwte van de treinbestuurder. Bovendien kan de treinbestuurder bij een probleem altijd rechtstreeks contact opnemen met de verkeersleiding (Traffic Control of seinhuis).

Het ETCS-systeem voorziet op termijn ook een voortdurende controle van de snelheid van de trein. Hierdoor zal het systeem de trein automatisch vertragen wanneer de treinbestuurder niet snel genoeg afremt.

Moet ik bij een ongeval uit de trein stappen?

Hoewel een treinongeval maar heel zelden voorkomt, stellen sommige mensen zich de vraag wat ze wel of niet moeten doen bij een treinongeval.

Eerst en vooral mag u nooit vergeten dat het spoordomein een heel gevaarlijke plek is. U doet er best aan om de sporen niet te betreden, tenzij u absoluut niet anders kunt. Ook al zullen de mensen die belast zijn met het beheer van het treinverkeer dat verkeer zo snel mogelijk stilleggen, toch kan het gebeuren dat er in de eerste minuten na een ongeval toch nog treinen rijden op naburige sporen. Het is dus levensgevaarlijk om de sporen te betreden. Bovendien kan de bovenleiding beschadigd zijn. Als u dan in contact komt met die bovenleiding, bestaat de kans op elektrocutie.

Tot slot is het in een dergelijke situatie erg belangrijk dat u in de mate van het mogelijke de aanwijzingen van het personeel volgt voordat u kunt uitstappen.

Hoe werkt een overweg? Hoe bepaalt men de wachttijd aan overwegen?

De wachttijd aan een overweg hangt af van de plaats op een bepaalde lijn waar het treinstel zich bevindt. Voor elke spoorlijn kan men bepalen op welke plaats/in welke zone het treinstel zich bevindt. Wanneer een trein zich in een aankondigingszone bevindt (d.w.z. wanneer de trein een overweg nadert), wordt een signaal doorgestuurd naar de overweg waardoor die dichtgaat. Op die manier verzekert Infrabel de correcte sluiting van de overwegen en aldus de veiligheid van de weggebruikers.

Toch kan het gebeuren dat een overweg gedurende een langere tijd gesloten is omdat een trein verplicht is om traag te rijden of te stoppen wanneer hij zich in een aankondigingszone bevindt. Dat betekent dus dat de wachttijd voor de weggebruikers langer is. De wachttijd wordt bepaald in functie van de snelste trein die op die lijn kan rijden, en de detectie in de sporen wordt op een bepaalde afstand van de overweg geïnstalleerd. Voor doorrijdende treinen zal de overweg niet lang gesloten zijn. Maar in het geval van een trein die trager rijdt (om te kunnen stoppen in het volgende station), blijft de overweg dus langer gesloten.

In dit verband willen we benadrukken dat er altijd een reden is waarom een overweg gesloten blijft. Ook al is er al een trein voorbijgereden, kan er nog een andere trein aankomen uit de andere richting. De seinen aan een overweg moet dus op elk ogenblik worden nageleefd.

Kunnen de slagbomen aan een overweg gedurende langere tijd naar beneden zijn?

Wanneer er een technisch probleem is met een overweg, sluit deze automatisch (d.w.z. dat de slagbomen worden neergelaten en het sein rood wordt). In dat geval zegt men dat de overweg in groot alarm is gezet. Het gaat in de eerste plaats om een preventieve maatregel om de veiligheid van zowel reizigers als weggebruikers niet in het gedrang te brengen.

Indien een overweg in groot alarm is gezet, ontvangt de seincabine onmiddellijk een signaal. De overweg gaat niet meer open. Een technicus moet ter plaatse gaan kijken om de oorzaak van het technisch probleem op te sporen en de nodige reparaties uit te voeren. Pas daarna kan hij de overweg weer normaal laten werken. Op die manier verzekert Infrabel zich ervan dat alle veiligheidsvoorwaarden vervuld zijn voordat de overweg mag worden overgestoken.

U begrijpt dus dat het uiterst belangrijk is voor uw veiligheid dat u nooit een gesloten overweg oversteekt, ook al blijft die gedurende lange tijd dicht!

Waarom probeert Infrabel zoveel mogelijk overwegen af te schaffen?

Een van de belangrijke strategische projecten van Infrabel is de verbetering van de veiligheid aan overwegen. Infrabel zet zich al vele jaren in om het aantal overwegen op het spoornet zoveel mogelijk te beperken. Daarom schaffen wij elk jaar overwegen af, vernieuwen we andere en plaatsen bijkomende signalisatie indien nodig. Door het aantal kruisingen tussen spoor en weg te verminderen, probeert Infrabel het aantal ongevallen naar beneden te halen en de spoorveiligheid te verbeteren.

Infrabel heeft als doel om 200 van de 1.563 bestaande openbare overwegen af te schaffen tegen 2015. Infrabel viseert in het bijzonder de overwegen op de drukste spoorlijnen en de overwegen waar vaak ongevallen gebeuren. In 2009 werden 12 overwegen afgeschaft, in 2010 volgden er nog 14 en in 2011 nog 20. Eind 2011 waren er nog 1879 overwegen in België.
 
Bij elke afschaffing van een overweg bestudeert Infrabel samen met andere instanties (gemeenten, regionale overheden enz.) alle aspecten, zodat die afschaffing de veiligheid verhoogt maar de omwonenden tegelijk nog steeds kunnen oversteken. Zo worden bij elke afschaffing van een overweg oplossingen bestudeerd voor de autobestuurders die de overweg nemen. In sommige gevallen leidt dat bijvoorbeeld tot het bouwen van een brug of een tunnel zodat de buurtbewoners geen omweg hoeven te maken.

Jammer genoeg kunnen we niet alle overwegen afschaffen! Daarom spannen we ons regelmatig in om jong en oud bewust te maken (tv-spots, campagnes voor scholen enz.) en hen aan te sporen om de veiligheidsregels en de wegcode te respecteren.

Waarom plaatst Infrabel halve en geen volledige slagbomen aan overwegen?

Voor Infrabel is veiligheid een topprioriteit! Dat is een van de redenen waarom Infrabel ervoor heeft gekozen om voornamelijk halve slagbomen aan overwegen te plaatsen. Want indien een overweg volledig wordt afgesloten, bestaat steeds een concreet gevaar dat voertuigen geklemd raken tussen de slagbomen en dat ze niet meer weg kunnen. In dat geval is het noodzakelijk dat er een visuele (vanuit de seincabine) of elektronische controle is om zich ervan te verzekeren dat de doorgang voor de trein vrij is. Op die manier worden aankomende treinen sneller gestopt indien de overweg geblokkeerd is. Die controle en het feit dat in dat soort geval de trein moet worden afgeremd, verhoogt aanzienlijk de wachttijd aan de overweg.

Top