De Antwerpse haven blijft groeien. Om de haven via het spoor bereikbaar te houden, willen Infrabel en de Vlaamse overheid een 2de spoorontsluiting naar de Antwerpse Haven realiseren.
De Antwerpse haven is de 3de grootste haven van Europa en de belangrijkste motor van de Belgische economie. In Vlaanderen leven 155.000 mensen van de Haven, ofwel 8,2%van de werkende bevolking. In de gemeenten rond Antwerpen is dat zelfs tot 30% van de bevolking. De Antwerpse haven blijft groeien, dat is cruciaal voor onze welvaart. Door deze economische groei wordt een belangrijke toename van de trafieken verwacht van en naar de haven.
Daarnaast wil de overheid dat er meer goederentransport langs het spoor verloopt. Om de gemeenten in en om het havengebied leefbaar te houden, moet er immers zoveel mogelijk worden ingezet op milieu- en filevriendelijke vervoersmiddelen zoals binnenvaart en spoorvervoer. De bedoeling van Infrabel is dan ook om naar de toekomst toe een groter marktaandeel van het goederenverkeer per spoor te verwerven.
Door de combinatie van deze elementen zal het aantal treinen meer dan verdubbelen. Vandaag gaan alle treinen vanuit de Antwerpse haven echter over één spoorlijn naar het Europese binnenland. Vaak nog gecombineerd met het gewone reizigersverkeer. Deze situatie is naar de toekomst toe onhoudbaar.
Daarom wil Infrabel een 2de spoortoegang tot de Antwerpse haven creëren. Deze nieuwe spoorlijn, enkel voor goederenverkeer, zal het vormingsstation Antwerpen-Noord met de lijn Lier – Aarschot (L16) verbinden en zo de Antwerpse haven beter toegankelijk maken vanuit het binnenland.
Met een extra spoor wil Infrabel de Antwerpse rechteroever rechtstreeks toegankelijk maken voor het goederenverkeer van en naar het hinterland. Bij het project, zijn verschillende steden & gemeenten betrokken. Het project is momenteel in studiefase. (plan-MER – Milieu Effecten Rapport)
Momenteel worden, door onafhankelijke specialisten, 2 mogelijke varianten bestudeerd voor de realisatie van de 2de spoortoegang tot de Antwerpse haven. Zij bekijken wat de impact van beide tracés kan zijn op mens en milieu. Het eerste tracé werd de "lange boortunnel" genoemd. Dit tracé loopt eerst via de reservatiezone A102. (Vanaf de Bredabaan in Schoten loopt dit traject volledig ondergronds). Daarop volgt een tracé van 16 km lang via een boortunnel volledig ondergronds, vanaf het knooppunt Wommelgem tot de aansluiting met de bestaande spoorlijnen 15 (Herentals) en lijn 16 (Aarschot) ten oosten van Lier. Dit tracé wordt diep onder alles doorgeboord. Dat betekent dat de treinen diep onder de grond zullen rijden, los van alle bestaande infrastructuur. Vanaf de vertrekschacht boort de tunnelboormachine in de richting van de aankomstschacht. De exacte inplanting van beide schachten dient nog bepaald te worden. Hier is verder onderzoek nodig. Het tweede tracé is het tracé "bundeling Krijgsbaan/R11(bis) en spoorlijn 15 (Berchem-Lier)”. Ook dit tracé loopt eerst via de reservatiezone A102 (ook allemaal oplossingen volledig ondergronds vanaf Bredabaan). Vanaf het knooppunt Wommelgem loopt het traject ondergronds onder de R11 (Krijgsbaan). Ter hoogte van de luchthaven van Deurne wijkt het tracé af van de Krijgsbaan en worden de twee goederensporen gebundeld met de twee bestaande sporen van de lijn 15 (richting Herentals). De vier sporen worden ingegraven in een open U-bakconstructie. Waar nodig kan lokaal een dakplaat worden aangebracht. Om ruimtelijke impact op de naast gelegen bebouwing te vermijden, worden de twee nieuwe sporen in het eerste stuk aan de noordzijde van de bestaande sporen aangelegd. Vanaf de grens tussen Mortsel en Boechout worden de nieuwe sporen niet ten noorden, maar ten zuiden van de bestaande sporen aangelegd om ook in de zone van Boechout tot Lier de ruimtelijke impact zoveel mogelijk te beperken. Dit tracé vereist ingrijpende infrastructuurwerken in de stationsomgevingen van Boechout en Lier. Maar zorgt tegelijk voor een opportuniteit om beide stations volledig te vernieuwen en op niveau min 1 aan te leggen. Er kunnen ook gelijktijdig een aantal overwegen worden vervangen, wat de veiligheid verhoogt. Dit tracé zal tenslotte aansluiten op de lijn 15 richting Herentals en de lijn 16 richting Aarschot, waar het opnieuw overgaat van 4 naar 2 sporen. Ook dit tracé wordt onderzocht.
De terinzagelegging is een belangrijk inspraakmoment. Elke buurtbewoner of betrokkene kan, vanuit zijn omgevingservaring, zijn of haar constructieve opmerkingen, suggesties en alternatieven op de studies neerleggen. Dat kan op het gemeentehuis alle betrokken steden of gemeente (Schoten, Antwerpen, Mortsel, Wommelgem, Wijnegem, Borsbeek, Boechout, Ranst, Lier, Berlaar en Nijlen) of online via www.mervlaanderen.be, en dit vanaf 12 maart tot 30 april 2012. De dienst MER zal in het najaar, rekening houdend met waardevolle opmerkingen, de richtlijnen voor het planMER opstellen (een soort lastenboek). Eind dit jaar zulllen de studies dan worden afgerond. De Vlaamse regering zal daarna, eind 2012, moeten beslissen welk tracé gekozen wordt.
Binnen het plan MER worden ook de bijkomende en milderende maatregelen onderzocht.
Neem contact op met de cel Info Buurtbewoners